ECLI:NL:RBROT:2019:2509
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak verdachte mensensmokkel wegens onvoldoende bewijs
De rechtbank Rotterdam heeft op 8 maart 2019 uitspraak gedaan in een zaak tegen een verdachte die werd verdacht van mensensmokkel. De tenlastelegging betrof het faciliteren van de doorreis en verblijf van personen met een Iraanse nationaliteit of buitenlandse afkomst via Nederland naar Groot-Brittannië, in de periode van 11 tot 12 november 2017.
Tijdens de terechtzitting was de verdachte niet aanwezig (verstek). De officier van justitie vorderde vrijspraak, omdat het ten laste gelegde feit niet wettig en overtuigend was bewezen. De rechtbank volgde deze stelling en sprak de verdachte vrij zonder nadere motivering.
De tenlastelegging hield in dat de verdachte al dan niet samen met anderen behulpzaam zou zijn geweest bij het verschaffen van toegang, doorreis of verblijf in Nederland en/of Groot-Brittannië, terwijl hij wist of ernstige redenen had te vermoeden dat dit wederrechtelijk was. De rechtbank oordeelde echter dat dit niet voldoende bewezen was.
De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer voor strafzaken van de rechtbank Rotterdam, onder voorzitterschap van J.H. Janssen, met de rechters B.A. Cnossen en J.M.L. van Mulbregt.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken van mensensmokkel wegens onvoldoende bewijs.