ECLI:NL:RBROT:2019:2509

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
8 maart 2019
Publicatiedatum
2 april 2019
Zaaknummer
10/750397-17
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak verdachte mensensmokkel wegens onvoldoende bewijs

De rechtbank Rotterdam heeft op 8 maart 2019 uitspraak gedaan in een zaak tegen een verdachte die werd verdacht van mensensmokkel. De tenlastelegging betrof het faciliteren van de doorreis en verblijf van personen met een Iraanse nationaliteit of buitenlandse afkomst via Nederland naar Groot-Brittannië, in de periode van 11 tot 12 november 2017.

Tijdens de terechtzitting was de verdachte niet aanwezig (verstek). De officier van justitie vorderde vrijspraak, omdat het ten laste gelegde feit niet wettig en overtuigend was bewezen. De rechtbank volgde deze stelling en sprak de verdachte vrij zonder nadere motivering.

De tenlastelegging hield in dat de verdachte al dan niet samen met anderen behulpzaam zou zijn geweest bij het verschaffen van toegang, doorreis of verblijf in Nederland en/of Groot-Brittannië, terwijl hij wist of ernstige redenen had te vermoeden dat dit wederrechtelijk was. De rechtbank oordeelde echter dat dit niet voldoende bewezen was.

De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer voor strafzaken van de rechtbank Rotterdam, onder voorzitterschap van J.H. Janssen, met de rechters B.A. Cnossen en J.M.L. van Mulbregt.

Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken van mensensmokkel wegens onvoldoende bewijs.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 1
Parketnummer: 10/750397-17
Datum uitspraak: 8 maart 2019
Verstek
Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:
[naam verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats verdachte] (Irak) op [geboortedatum verdachte] ,
wonende te:
[adres verdachte] (Londen) (Groot-Brittannië),
niet als ingezetene ingeschreven in de basisadministratie persoonsgegevens en zonder bekende feitelijke woon-of verblijfsplaats in Nederland.

1.Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 8 maart 2019.

2.Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

3.Eis officier van justitie

De officier van justitie, mr. L.L. van Delft, heeft vrijspraak gevorderd van het ten laste gelegde.

4.Waardering van het bewijs

Vrijspraak zonder nadere motivering
Met de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat het ten laste gelegde niet wettig en overtuigend is bewezen, zodat de verdachte daarvan zonder nadere motivering zal worden vrijgesproken.

5.Bijlage

De in dit vonnis genoemde bijlage maken deel uit van dit vonnis.

6.Beslissing

De rechtbank:
verklaart niet bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Dit vonnis is gewezen door:
mr. J.H. Janssen, voorzitter,
en mrs. B.A. Cnossen en J.M.L. van Mulbregt, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. L. Lobs-Tanzarella, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op de datum die in de kop van dit vonnis is vermeld.
Bijlage I
Tekst tenlastelegging
Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat
hij, in of omstreeks de periode van 11 november 2017 tot en met 12 november 2017 te
Hoek van Holland, gemeente Rotterdam, althans in Nederland,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
3 ( drie), althans één of meer, perso(o)n(en) met de Iraanse nationaliteit, althans van buitenlandse afkomst,
-behulpzaam is geweest bij het zich verschaffen van toegang tot of doorreis door Nederland en/of een andere lidstaat van de Europese Unie, te weten Groot-Brittannië en/of genoemde personen daartoe gelegenheid, middelen of inlichtingen heeft verschaft
en/of
-uit winstbejag behulpzaam is geweest bij het zich verschaffen van verblijf in Nederland en/of een andere lidstaat van de Europese Unie, te weten Groot-Brittannië en/of genoemde personen daartoe gelegenheid, middelen of inlichtingen heeft verschaft
door
- bovengenoemde pers(o)n(en) in (de laadruimte van) een bestelbus (met kenteken [kentekennummer] ) te (laten) vervoeren door Nederland en/of naar Hoek van Holland, en/of
- een ticket aan te (laten) schaffen voor de ferry (Stena Line) naar Groot-Brittannië,
en (aldus) de doorreis en/of het transport en/of toegang door/naar en/of het verblijf in Nederland en/of Groot-Brittannië georganiseerd en/of gefaciliteerd en/of gecoördineerd,
terwijl hij, verdachte en zijn mededader(s), wist(en) of ernstige redenen had(den) te vermoeden dat die toegang of die doorreis of dat verblijf wederrechtelijk was.