Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- de dagvaarding d.d. 6 november 2018, met producties;
- de rolbeslissing d.d. 30 januari 2019, inhoudende dat het recht van de man om te mogen concluderen voor antwoord is vervallen.
2.De beoordeling
NJ1999/550).
aanwezigheidvan een gemeenschappelijk goed. Dit artikel gaat niet over het zonder toestemming of medeweten van de andere deelgenoot verkopen van een gemeenschappelijk goed. De man heeft onrechtmatig gehandeld door zonder toestemming of medeweten van de vrouw een gemeenschappelijk goed aan een derde te verkopen. De man is om die reden schadeplichtig jegens de vrouw. De rechtbank zal daarom aan de vrouw een bedrag van € 17.750,00 als schadevergoeding toekennen.