De rechtbank Rotterdam heeft op 13 maart 2019 uitspraak gedaan in de zaak tegen verdachte, die werd beschuldigd van meerdere strafbare feiten waaronder medeplegen van mishandeling van een kind, het overtreden van een gedragsaanwijzing, mishandeling van zijn levensgezel en vernieling. De feiten zijn gepleegd in de periode van 2012 tot 2015 in Rotterdam.
Het bewijs bestond uit verklaringen van het slachtoffer, zijn zus en oma, alsmede een kinder- en jeugdpsychiatrisch rapport dat de betrouwbaarheid van het slachtoffer bevestigde. De rechtbank achtte de verklaringen samen met andere bewijsstukken voldoende betrouwbaar en overtuigend om de tenlasteleggingen te bewijzen, behalve voor enkele specifieke beschuldigingen waarvoor de verdachte werd vrijgesproken.
De rechtbank oordeelde dat de verdachte samen met zijn medeverdachte het kind mishandelde en dat hij opzettelijk de gedragsaanwijzing met betrekking tot een contactverbod overtrad. Daarnaast mishandelde hij zijn levensgezel en vernielde hij een deur in haar woning. Gezien de ernst van de feiten, maar ook rekening houdend met het lange tijdsverloop en het ontbreken van eerdere veroordelingen voor geweldsdelicten, legde de rechtbank een voorwaardelijke gevangenisstraf van twee maanden op met een proeftijd van twee jaar.