De rechtbank Rotterdam behandelde het beroep van een slachterij tegen negen boetes opgelegd door de minister van Landbouw vanwege het ontbreken van getuigschriften van vakbekwaamheid bij medewerkers die kuikens aanhaken.
De slachterij gebruikte een twee fasen CO2-bedwelmingsmethode die volgens de Verordening 1099/2009 onmiddellijk de dood tot gevolg heeft. De rechtbank oordeelde dat het aanhaken van levende dieren, waarvoor een getuigschrift vereist is, niet van toepassing is omdat de kuikens al dood zijn bij het aanhaken.
Verder stelde de rechtbank vast dat de beoordeling van de effectiviteit van de bedwelming wordt uitgevoerd door gecertificeerde medewerkers, waardoor ook hiervoor geen getuigschrift vereist is voor de aanhangmedewerkers.
De rechtbank vernietigde de boetes en bepaalde dat de minister de betaalde griffierechten en proceskosten aan de slachterij moet vergoeden. Het oordeel is gebaseerd op een nauwkeurige interpretatie van Verordening 1099/2009 en de specifieke bedwelmingsmethode die de slachterij toepast.