De rechtbank Rotterdam behandelde op 8 maart 2019 een zaak tegen verdachte die werd verdacht van twee feiten van diefstal met geweld, gepleegd in november 2018 in Rotterdam. De officier van justitie eiste een gevangenisstraf van 24 maanden, deels voorwaardelijk, en een contact- en locatieverbod.
De rechtbank oordeelde dat het bewijs onvoldoende was om de tenlastegelegde feiten wettig en overtuigend te bewijzen. De herkenning via Facebookfoto's en de gelijkenis van de auto waren onvoldoende, mede omdat het onderzoek naar mogelijke getuigen en verdachten tekortschiet. Ook ontbrak een cruciaal proces-verbaal van een getuige.
Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van beide feiten. De benadeelde partij vorderde schadevergoeding, maar deze werd afgewezen omdat het feit niet bewezen was. De rechtbank bepaalde tevens dat het bevel tot voorlopige hechtenis werd opgeheven en wees de kostenveroordeling af.