ECLI:NL:RBROT:2019:3077

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
4 april 2019
Publicatiedatum
18 april 2019
Zaaknummer
10/165822-18
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 182 SvArt. 83a SrArt. 348 SvArt. 350 Sv
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot benoeming deskundige en inzage politierapportages in zaak terroristisch oogmerk

In deze strafzaak heeft de verdediging van verdachte verzocht om de benoeming van een deskundige van bureau NTA of een vergelijkbare deskundige, alsmede om inzage in alle politierapportages over verdachte. De officier van justitie verzette zich tegen beide verzoeken. De rechter-commissaris heeft het verzoek tot benoeming van een deskundige afgewezen omdat het onderzoek geen relevante bijdrage kan leveren aan de beoordeling van het terroristisch oogmerk zoals bedoeld in artikel 83a Sr. Het bewijs van dit oogmerk wordt afgeleid uit objectieve omstandigheden en niet uit het gedachtegoed van verdachte, waardoor het verzoek geen verdedigingsbelang dient. Ook het verzoek tot inzage in politierapportages is afgewezen omdat alle relevante contactmomenten reeds in het dossier aanwezig zijn en het verzoek onvoldoende is onderbouwd.

De rechter-commissaris benadrukte dat het criterium voor het toewijzen van een dergelijk verzoek is of het onderzoek relevant kan zijn voor een beslissing ex artikel 348 en Pro 350 Sv. Dit was hier niet het geval. De beschikking is gegeven op 4 april 2019 te Rotterdam door rechter-commissaris J.B. Smits. Tegen deze beschikking kan binnen veertien dagen bezwaar worden gemaakt bij de rechtbank.

Uitkomst: Verzoeken tot benoeming deskundige en inzage politierapportages worden afgewezen wegens gebrek aan relevantie voor bewijs terroristisch oogmerk.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam
Kabinet van de rechter-commissaris
BESCHIKKING EX ARTIKEL 182 VAN Pro HET WETBOEK VAN STRAFVORDERING
Parketnummer : 10/165822-18
RC-nummer : 18/2102
De rechter-commissaris belast met de behandeling van strafzaken in de rechtbank Rotterdam heeft een verzoek tot het verrichten van handelingen van onderzoek ontvangen van mr. J. El Hannouche, raadsman van de verdachte:

[naam verdachte]

geboren op [geboortedatum verdachte] te [geboorteplaats verdachte] (Syrië),
wonende aan de [adres verdachte] te [woonplaats verdachte] .
HET VERZOEK VAN DE VERDEDIGING
De raadsman van de verdachte heeft op 20 maart jl. verzocht om een deskundige van bureau NTA (Nuance door Training en Advies) dan wel een vergelijkbare deskundige te benoemen. Voorts heeft de raadsman op 22 maart jl. verzocht om inzage in alle politierapportages die zijn opgemaakt over verdachte voornoemd.
STANDPUNT OFFICIER VAN JUSTITIE
De officier van justitie is in de gelegenheid gesteld om te reageren op het verzoek. De officier van justitie verzet zich tegen het benoemen van een deskundige van bureau NTA, dan wel een vergelijkbare deskundige. Tevens verzet de officier van justitie zich tegen het verzoek tot inzage in alle politierapportages die zijn opgemaakt nu haar geen andere rapportages dan de diverse processen-verbaal van bevindingen die zich reeds in het procesdossier bevinden bekend zijn.
BEOORDELING VAN HET VERZOEK
Wat betreft het verzoek d.d. 20 maart jl.:
Het verzoek zal worden afgewezen. Opgemerkt zij dat het criterium waaraan het verzoek moet worden getoetst niet is of de uitvoering van het verzoek “
bijdraagt aan de waarheidsvinding endaarmee[onderstreping RC]
een verdedigingsbelang dient”, zoals de officier van justitie stelt. Waarheidsvinding en verdedigingsbelang hoeven immers geenszins (altijd) hand in hand te gaan. Het criterium is of het gevraagde onderzoek relevant kan zijn voor enige door de rechter ex. artikel 348 en Pro 350 Sv. te nemen beslissing, in welk geval een verdedigingsbelang bestaat.
Het onderhavige verzoek is expliciet ingestoken op de eerste vraag van artikel 350 Sv Pro.; namelijk de bewijsvraag. De verdediging miskent dat het terroristisch oogmerk van artikel 83a Sr. weliswaar een subjectief bestanddeel is, doch dat het bewijs daarvoor uit objectieve omstandigheden (kan) word(t)(den) afgeleid. Aan de beantwoording van de vraag of sprake was van dit geobjectiveerde subjectieve oogmerk kan het gevraagde onderzoek naar de ideeën een verdachte in redelijkheid geen bijdrage leveren, zodat verdachte door het achterwege laten van dit onderzoek redelijkerwijs niet in zijn belangen kan worden geschaad en dus geen sprake is van enig verdedigingsbelang. Enig belang van het gevraagde onderzoek (naast de reeds bestaande rapportage ban het Pieter Baan Centrum) voor een van de overige vragen van artikel 348 en Pro 350 Sv. is gesteld noch gebleken.
Wat betreft het verzoek d.d. 22 maart jl.:
Dit verzoek zal worden afgewezen. Dit verzoek is gebaseerd op dezelfde onjuiste opvatting over het bewijs van enig terroristisch oogmerk als bedoeld in artikel 83a van het Wetboek van Strafvordering als het verzoek van 20 maart 2019. Het verzoek ligt daarom op dezelfde gronden reeds voor afwijzing gereed. Voor het bewijs van een dergelijk oogmerk is immers niet doorslaggevend welk gedachtengoed een persoon al dan niet aanhangt. Doorslaggevend is welk oogmerk uit de objectief vaststelbare feiten en omstandigheden afgeleid kan worden, of niet.
Het verzoek is daarnaast onvoldoende onderbouwd. De verdediging heeft geen enkele nadere aanduiding gegeven van op welke gesprekken en met wie concreet wordt gedoeld, terwijl de officier van justitie in haar zienswijze te kennen heeft gegeven dat alle bekende contactmomenten in de zich reeds in het dossier bevindende processen-verbaal van bevindingen zijn opgenomen.
De rechter-commissaris heeft gelet op het bepaalde in artikel 182 van Pro het Wetboek van Strafvordering.
BESLISSING
De rechter-commissaris:

wijst af de verzoeken voornoemd.

Aldus gedaan te Rotterdam op 4 april 2019.
mr. J.B. Smits,
rechter-commissaris
Tegen deze beschikking kan de verdachte binnen veertien dagen een bezwaarschrift kan
indienen bij de rechtbank.