ECLI:NL:RBROT:2019:3119
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek smartengeld wegens gebrek aan causaal verband dienstongeval en invaliditeit
Eiser, voormalig politieambtenaar, verzocht om smartengeld op grond van artikel 54a van het Barp wegens invaliditeit door een dienstongeval in 2011. Na een reeks medische ingrepen en langdurige klachten aan zijn linkerknie, werd het dienstongeval erkend, maar het verzoek om smartengeld werd afgewezen omdat het knieletsel grotendeels al vóór het ongeval aanwezig was.
De rechtbank toetste het verzoek aan de medische rapportages van een door verweerder aangewezen verzekeringsarts en een orthopedisch chirurg, die concludeerden dat het actuele knieletsel niet het gevolg was van het dienstongeval en dat er geen toename van invaliditeit was. Eiser kon dit niet aannemelijk maken en zijn eigen stelling dat het dienstongeval tot een toename van invaliditeit had geleid werd niet ondersteund door medische gegevens.
De rechtbank oordeelde dat het feit dat eiser vóór het dienstongeval geen klachten had, niet betekent dat hij niet invalide was, aangezien objectieve medische vaststelling van functieverlies leidend is. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het verzoek om smartengeld afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om smartengeld wordt afgewezen wegens ontbreken van causaal verband tussen dienstongeval en invaliditeit.