ECLI:NL:RBROT:2019:3152
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Ontslag politieagent wegens seksueel contact met minderjarige
Een politieagent werd ontslagen wegens het onderhouden van seksueel getint contact met een minderjarig meisje dat hij uit hoofde van zijn functie had leren kennen. Na een oriënterend en disciplinair onderzoek werd vastgesteld dat de agent het contact initieerde, het meisje en haar vriendin naar zijn woning meenam en dat hij politiesystemen raadpleegde zonder werkgerelateerde reden.
De agent betwistte het ontslag en voerde onder meer aan dat de feiten niet zorgvuldig waren vastgesteld en dat het gelijkheidsbeginsel niet was toegepast. De rechtbank oordeelde dat het onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd, dat de gedragingen plichtsverzuim opleverden en dat het ontslag proportioneel was gezien de ernst van de feiten en de integriteitseisen aan politieambtenaren.
De rechtbank verwierp het beroep en veroordeelde de verweerder tot vergoeding van de proceskosten. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel werd gepasseerd wegens een formeel gebrek, maar inhoudelijk afgewezen omdat de omstandigheden van de agent wezenlijk verschilden van een vergelijkbare zaak.
Uitkomst: Het beroep tegen het strafontslag van de politieagent wegens seksueel contact met een minderjarige wordt ongegrond verklaard en het ontslag blijft in stand.