ECLI:NL:RBROT:2019:3153
Rechtbank Rotterdam
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Beoordeling huisverbod en verlenging wegens gevaar voor veiligheid binnen gezinssituatie
De burgemeester van Rotterdam legde op 1 maart 2019 een huisverbod op aan verzoeker wegens ernstig en onmiddellijk gevaar voor de veiligheid van medebewoners, waaronder zijn partner en kind. Dit huisverbod werd op 11 maart 2019 verlengd. Verzoeker stelde beroep in tegen deze besluiten en vroeg om een voorlopige voorziening.
De rechtbank oordeelde dat het huisverbod terecht was opgelegd omdat er sprake was van grote spanningen en fysieke uitingen van verzoeker jegens zijn partner, die geestelijk onder druk stond. De verhouding tussen verzoeker en achterblijvers werd als ongelijkwaardig beoordeeld, waarbij verzoeker onberekenbaar was en de veiligheid van de achterblijvers in het geding was.
De rechtbank stelde vast dat de burgemeester in redelijkheid kon besluiten het huisverbod op te leggen en te verlengen, omdat het gevaar onverminderd aanwezig was en hulpverlening nog niet was gestart. Het belang van de veiligheid en rust van de achterblijvers woog zwaarder dan het belang van verzoeker bij toegang tot de woning.
Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het huisverbod en de verlenging daarvan wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.