ECLI:NL:RBROT:2019:3260
Rechtbank Rotterdam
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid en misbruik van wrakingsverzoek in bestuursrechtelijke procedure
Verzoeker heeft meerdere wrakingsverzoeken ingediend tegen verschillende rechters van de rechtbank Rotterdam in een bestuursrechtelijke procedure met kenmerk ROT 18/1702 ZORG. Op 14 maart 2019 heeft de meervoudige kamer voor wrakingszaken het verzoek tot wraking van mr. P.C. Santema en mr. J.F. Koekebakker behandeld.
De wrakingskamer oordeelt dat het wrakingsverzoek niet tijdig is ingediend, aangezien verzoeker al op 17 januari 2019 op de hoogte was van de samenstelling van de wrakingskamer die het verzoek op 6 februari 2019 zou behandelen, maar het verzoek pas bijna drie weken later ter zitting indiende. Daarnaast heeft verzoeker onvoldoende concrete feiten of omstandigheden aangevoerd die een grond tot wraking kunnen vormen.
De rechtbank constateert dat verzoeker sinds oktober 2018 meer dan tien wrakingsverzoeken heeft ingediend zonder voldoende onderbouwing, wat leidt tot onnodige vertraging van de procedure. Daarom wordt het wrakingsverzoek niet-ontvankelijk verklaard en wordt bepaald dat toekomstige wrakingsverzoeken van verzoeker in deze procedure niet meer in behandeling worden genomen. Deze beslissing is genomen door mr. A.P. Hameete, mr. W.J. Roos-van Toor en mr. A. Verweij.
Uitkomst: Verzoeker is niet-ontvankelijk verklaard in het wrakingsverzoek en verdere wrakingsverzoeken worden niet in behandeling genomen vanwege misbruik.