Art. 1 Wet wapens en munitieArt. 2 Wet wapens en munitieArt. 26 Wet wapens en munitieArt. 55 Wet wapens en munitieArt. 57 Wetboek van Strafrecht
AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Veroordeling voor verboden vuurwapenbezit in Rotterdam tijdens Nieuwjaarsnacht
De rechtbank Rotterdam heeft op 12 april 2019 uitspraak gedaan in een zaak tegen een verdachte die op 1 januari 2019 in het bezit was van een verboden vuurwapen en munitie in de binnenstad van Rotterdam. De verdachte, die tijdens de zitting preventief gedetineerd was, heeft het bezit van het vuurwapen en de munitie bekend.
De rechtbank acht het bewezen dat de verdachte een pistool van het merk Zastava, model 70, kaliber 7,65 mm, en zes kogelpatronen van hetzelfde kaliber bij zich had, in strijd met artikel 26 vanPro de Wet wapens en munitie. Er zijn geen omstandigheden die de strafbaarheid van het feit of de verdachte uitsluiten.
De rechtbank heeft bij de strafoplegging rekening gehouden met de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het vuurwapen werd gedragen tijdens een drukke Nieuwjaarsnacht, en de maatschappelijke impact van vuurwapenbezit. De verdachte is een first offender zonder eerdere veroordelingen voor soortgelijke feiten. De reclassering adviseerde een straf zonder bijzondere voorwaarden vanwege het ontbreken van medewerking van de verdachte.
De rechtbank veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van zes maanden, met aftrek van de tijd die reeds in voorlopige hechtenis is doorgebracht. Het vonnis is uitgesproken door een meervoudige kamer voor strafzaken.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 6 maanden gevangenisstraf met aftrek van voorarrest voor verboden vuurwapenbezit.
Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
Team straf 1
Parketnummer: 10/001442-19
Datum uitspraak: 12 april 2019
Tegenspraak
Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:
[naam verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats verdachte] (Dominicaanse Republiek) op [geboortedatum verdachte] ,
ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres:
[adres verdachte] , [woonplaats vedrachte] ,
ten tijde van het onderzoek op de terechtzitting preventief gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting Krimpen aan den IJssel,
raadsman mr. A.F.M. den Hollander, advocaat te Rotterdam.
Onderzoek op de terechtzitting
Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 12 april 2019.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.
Eis officier van justitie
De officier van justitie mr. P. Wijnands heeft gevorderd:
bewezenverklaring van het ten laste gelegde;
veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden met aftrek van voorarrest.
Waardering van het bewijs
Bewezenverklaring zonder nadere motivering
Het ten laste gelegde is door de verdachte bekend. Dit feit zal zonder nadere bespreking bewezen worden verklaard.
Bewezenverklaring
In bijlage II heeft de rechtbank een opgave gedaan van wettige bewijsmiddelen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Met deze opgave wordt volstaan, nu de verdachte het bewezen verklaarde heeft bekend en nadien geen vrijspraak is bepleit. Op grond daarvan is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat:
hij op 1 januari 2019 te Rotterdam een wapen als bedoeld in artikel 2 lid 1 CategoriePro III onder 1º van de Wet wapens en munitie, te weten een vuurwapen in de zin van artikel 1, onder 3º van die wet in de vorm van een pistool van het merk Zastava, model 70, kaliber 7,65 mm en munitie in de zin van artikel 1 onderPro 4º van de Wet wapens en munitie, te weten munitie als bedoeld in artikel 2 lid 2 vanPro die wet, van de Categorie III te weten 6 kogelpatronen, kaliber 7,65mm, voorhanden heeft gehad.
Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.
Strafbaarheid feit
Het bewezen feit levert op:
handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het
feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III
en
handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie.
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.
Het feit is dus strafbaar.
Strafbaarheid verdachte
Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit.
De verdachte is dus strafbaar.
Motivering straf
Algemene overweging
De straf die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het feit is begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.
Feit waarop de straf is gebaseerd
De verdachte heeft tijdens een drukke Nieuwjaarsnacht een goed functionerend vuurwapen en bijbehorende munitie voorhanden gehad op de openbare weg in de binnenstad van Rotterdam. Het bezit van vuurwapens leidt gemakkelijk tot het gebruik ervan, zoals alleen al blijkt uit het dodelijk schietincident dat kort voor de aanhouding van de verdachte had plaatsgevonden in een eerder die avond door hem bezocht café. De gevolgen van het gebruik van vuurwapens zijn over het algemeen zeer ernstig. Maar ook als geen lichamelijk ernstig of dodelijk letsel wordt toegebracht, veroorzaken vuurwapens maatschappelijk ontwrichtende gevoelens van angst en onveiligheid.
Persoonlijke omstandigheden van de verdachte
Strafblad
De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van 3 januari 2019, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten.
Rapportage
Reclassering Nederland heeft een rapport over de verdachte opgemaakt, gedateerd 5 april 2019. Uit dit rapport blijkt dat de verdachte niet heeft willen meewerken aan een gesprek met de reclassering en niet gemotiveerd is voor begeleiding. Mede omdat de verdachte een first offender is, adviseert de reclassering een straf op te leggen zonder bijzondere voorwaarden.
Conclusies van de rechtbank
Gezien de ernst van het feit kan niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een gevangenisstraf. Bij de bepaling van de duur van de gevangenisstraf heeft de rechtbank acht geslagen op straffen die in soortgelijke zaken plegen te worden opgelegd. De rechtbank ziet, mede gelet op het reclasseringsadvies, geen aanleiding voor het opleggen van een voorwaardelijk strafdeel.
Toepasselijke wettelijke voorschriften
Behalve op het reeds genoemde artikel, is gelet op artikel 57 vanPro het Wetboek van Strafrecht en artikel 55 vanPro de Wet wapens en munitie.
Bijlagen
De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.
Beslissing
De rechtbank:
verklaart bewezen, dat de verdachte het ten laste gelegde feit, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;
verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;
stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert het hiervoor vermelde strafbare feit;
verklaart de verdachte strafbaar;
veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 (zes) maanden;
beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht.
Dit vonnis is gewezen door:
mr. B.A. Cnossen, voorzitter,
en mrs. E.M. Havik en J.M.L. van Mulbregt, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. F.M.H. van Mullekom, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 12 april 2019.
Bijlage I
Tekst tenlastelegging
Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat:
hij op of omstreeks 1 januari 2019 te Rotterdam een wapen als bedoeld in artikel 2 lid 1 CategoriePro III onder 1º van de Wet wapens en munitie, te weten een vuurwapen in de zin van artikel 1, onder 3º van die wet in de vorm van een pistool van het merk Zastava, model 70, kaliber 7,65 mm en/of munitie in de zin van artikel 1 onderPro 4º van de Wet wapens en munitie, te weten munitie als bedoeld in artikel 2 lid 2 vanPro die wet, van de Categorie III te weten 6 kogelpatronen, kaliber 7,65mm, voorhanden heeft gehad.