ECLI:NL:RBROT:2019:3292
Rechtbank Rotterdam
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen rechters in strafzaak Rotterdam
Op 26 maart 2019 behandelde de meervoudige kamer van de rechtbank Rotterdam een wrakingsverzoek van een verdachte tegen de rechters J. Snitker, W.H.S. Duinkerke en A.A. Kalk, betrokken bij zijn strafzaak (parketnummer 10/810577-17).
Verzoeker stelde dat eerdere beslissingen van de rechters, waaronder het afwijzen van verzoeken tot het horen van getuigen en het weigeren van een aanhoudingsverzoek om een getuige in aanwezigheid van diens raadsvrouw te horen, wijzen op vooringenomenheid en een gebrek aan oog voor het verdedigingsbelang.
De wrakingskamer oordeelde dat een onwelgevallige tussenbeslissing op zichzelf geen grond voor wraking is, tenzij deze onbegrijpelijk is of duidt op een reeds gevormd oordeel over de schuldvraag. De eerdere beslissingen werden niet betrokken omdat deze niet direct na bekendwording waren aangevoerd. De afwijzing van het aanhoudingsverzoek werd als een tussenbeslissing beoordeeld die geen wrakingsgrond oplevert.
De kamer concludeerde dat er geen objectieve aanwijzingen zijn voor vooringenomenheid en wees het wrakingsverzoek af. De beslissing werd uitgesproken in aanwezigheid van de verzoeker, zijn raadsvrouw en de rechters.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechters wordt afgewezen wegens gebrek aan gegronde aanwijzingen voor vooringenomenheid.