ECLI:NL:RBROT:2019:3313

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
9 april 2019
Publicatiedatum
25 april 2019
Zaaknummer
10/741295-16
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 38d Wetboek van Strafrecht
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging terbeschikkingstelling wegens psychotische stoornis en recidiverisico

De rechtbank Rotterdam behandelde de vordering tot verlenging van de terbeschikkingstelling van de ter beschikking gestelde, die sinds 11 april 2017 onder dwangverpleging staat wegens poging zware mishandeling en bedreiging.

De inrichting adviseerde op basis van een psychotische stoornis, cannabisafhankelijkheid en een persoonlijkheidsstoornis NAO om de maatregel met twee jaar te verlengen vanwege het hoge recidiverisico en het ontbreken van significante behandelresultaten. De deskundige lichtte toe dat de diagnostische verschillen geen invloed hebben op de behandeling.

De officier van justitie steunde de verlenging van twee jaar, terwijl de ter beschikking gestelde en zijn raadsvrouw pleitten voor een verlenging van één jaar. De rechtbank oordeelde dat de veiligheid van anderen en de algemene veiligheid dit vereisen en stelde de verlenging op twee jaar, conform jurisprudentie.

De rechtbank benadrukte dat stabiliteit en veiligheid eerst moeten worden bereikt voordat de behandeling verder vorm kan krijgen. De ter beschikking gestelde toonde bereidheid tot medewerking, wat de rechtbank als positief beschouwt. De totale duur van de maatregel kan de vier jaar overschrijden gezien de aard van het misdrijf.

De beslissing werd genomen door drie rechters en is openbaar uitgesproken. Tegen deze beslissing staat beroep open bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.

Uitkomst: De rechtbank verlengt de terbeschikkingstelling met twee jaar vanwege het hoge recidiverisico en de noodzaak tot verdere stabilisatie.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam
Team straf 2
Parketnummer: 10/741295-16
Datum uitspraak: 9 april 2019
Beslissing van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, met betrekking tot de terbeschikkingstelling van
[naam ter beschikking gestelde], (de ter beschikking gestelde),
geboren te [geboorteplaats ter beschikking gestelde] (Kaapverdië) op [geboortedatum ter beschikking gestelde] ,
(formeel) verblijvende in Forensisch Psychiatrisch Centrum de Kijvelanden te Poortugaal (de inrichting),
raadsvrouw mr. S.M. Hoogenraad, advocaat te Zoetermeer.

1.Procesverloop

Bij vonnis van deze rechtbank is de terbeschikkingstelling van [naam ter beschikking gestelde] gelast en is zijn verpleging van overheidswege (dwangverpleging) bevolen.
De terbeschikkingstelling is gelast ter zake van poging zware mishandeling en bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht/zware mishandeling. De termijn van de terbeschikkingstelling is aangevangen op 11 april 2017.
De rechtbank heeft op 15 februari 2019 van het openbaar ministerie ontvangen een vordering tot verlenging van de terbeschikkingstelling (artikel 38d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht). Bij die vordering zijn de vereiste stukken gevoegd.
De vordering is op de openbare zitting van 26 maart 2019 behandeld. Officier van justitie, mr. C.A.M. de Jong, de ter beschikking gestelde, bijgestaan door zijn raadsvrouw, en deskundige L.C. de Geus, werkzaam bij de inrichting, zijn gehoord.

2.Advies van de inrichting

Het advies gedateerd 15 februari 2019 luidt de termijn van de terbeschikkingstelling te verlengen met twee jaar.
De ter beschikking gestelde is geruime tijd bekend met middelengebruik, chronische psychotische klachten en ernstige gedragsproblematiek. Eerder hebben rapporteurs een psychotische stoornis NAO, cannabisafhankelijkheid en een persoonlijkheidsstoornis NAO vastgesteld; een eenduidig oordeel wat betreft de DSM-classificatie van de problematiek ontbreekt. Het recidiverisico is zowel in het geval van beëindiging van de maatregels als in het geval van een voorwaardelijke beëindiging hoog. Het risico op recidive kan niet anders dan binnen het huidige kader onder controle worden gehouden. De behandeling heeft tot op heden weinig resultaten opgeleverd en stabilisatie blijft dan ook het voornaamste doel, juist ook vanwege de complexiteit van zijn gedrag. Inschatting is dat de ter beschikking gestelde nog voor langere duur intensief binnen een juridisch kader begeleid moet worden.
Op de zitting gegeven adviezen
De deskundige De Geus heeft haar advies op de zitting toegelicht. Zij heeft onder meer verklaard – zakelijk weergegeven – dat het verschil in diagnostische conclusies geen effect heeft op de bejegening en behandeling van de ter beschikking gestelde.

3.Standpunt van partijen

Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft geconcludeerd tot verlenging van de termijn van de terbeschikkingstelling met twee jaar.
Standpunt van de ter beschikking gestelde
De ter beschikking gestelde en zijn raadsvrouw hebben zich gerefereerd ten aanzien van de verlenging van de maatregel, en bepleit de duur van de verlenging te beperken tot één jaar.

4.Beoordeling

Op grond van het advies van de inrichting komt de rechtbank tot de volgende oordelen:
  • Er is nog steeds sprake van een gebrekkige ontwikkeling van en/of ziekelijke stoornis in de geestvermogens van de ter beschikking gestelde;
  • De veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen eist dat de termijn van de terbeschikkingstelling wordt verlengd.
Anders dan bepleit door de ter beschikking gestelde en de raadsvrouw stelt de rechtbank de duur van de verlenging op twee jaar. Daarbij is van belang dat de hoofdregel volgens de jurisprudentie van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden is dat bij verlenging van een terbeschikkingstelling een termijn van twee jaar wordt gehanteerd. Slechts indien te verwachten valt dat binnen een jaar de situatie zodanig is gewijzigd dat een andere beslissing van de rechtbank aan de orde is, is verlenging van één jaar aangewezen. De rechtbank is met de inrichting van oordeel dat het van belang is dat eerst sprake is van veiligheid en stabiliteit, voordat aan de behandeling van de ter beschikking gestelde verder vorm en inhoud kan worden gegeven. Deze stabiliteit en veiligheid ontbreekt vooralsnog en dient met kleine stappen te worden opgebouwd. Gelet op deze omstandigheden is een termijn van één jaar ontoereikend.
De ter beschikking gestelde heeft ter zitting kenbaar gemaakt zijn medewerking te willen gaan verlenen aan zijn behandeling. De rechtbank hoopt dat de ter beschikking gestelde dit voornemen vasthoudt en dat met deze ommekeer een positieve wending kan worden gegeven aan het verloop van de behandeling van de ter beschikking gestelde.
De rechtbank overweegt tot slot dat bij de oplegging van de maatregel is overwogen dat de terbeschikkingstelling is opgelegd ter zake van een misdrijf dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van één of meer personen, zodat de totale duur van de maatregel een periode van vier jaar te boven kan gaan.

5.Beslissing

De rechtbank:
verlengt de termijn van de terbeschikkingstelling met
2 (twee) jaar.
Deze beslissing is gegeven door
mr. B.E. Dijkers, voorzitter,
en mrs. J. Fransen en F.J. Koningsveld, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. V.E. Scholtens griffier,
en is in het openbaar uitgesproken.
Tegen deze beslissing kan het openbaar ministerie binnen veertien dagen na de uitspraak en de ter beschikking gestelde binnen veertien dagen na betekening daarvan beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.