ECLI:NL:RBROT:2019:3319
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek schuldsaneringsregeling wegens gebrek aan goede trouw en onrechtmatige onderverhuur
Verzoeker diende op 8 februari 2019 een verzoek in tot toepassing van de schuldsaneringsregeling. De rechtbank hield op 20 maart 2019 een zitting waar verzoeker is gehoord.
De schuldenlast bedroeg ruim €192.600, waarvan onder meer belastingschulden over de jaren 2015-2017. Verzoeker kon niet aannemelijk maken dat hij te goeder trouw was bij het ontstaan of onbetaald laten van deze schulden, mede omdat hij onvoldoende zorg droeg voor juiste belastingaangifte en geen reserveringen trof voor de terugvorderingen.
Daarnaast ontstonden in 2018 nieuwe schulden in de vaste lasten, waaronder huurachterstand die leidde tot ontbinding van de huurovereenkomst. Verzoeker had een inkomen uit twee banen en onrechtmatige onderverhuur, maar gaf geen sluitende verklaring voor de huurachterstand. Ook gaf hij geen openheid over de onderverhuur tegenover de verhuurder, ondanks waarschuwingen vanuit schuldhulpverlening.
De rechtbank oordeelde dat verzoeker niet aannemelijk had gemaakt dat hij de verplichtingen uit de schuldsaneringsregeling naar behoren zal nakomen en dat het gedrag niet past bij een saneringsgezinde houding. Daarom werd het verzoek afgewezen.
Uitkomst: Verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt afgewezen wegens gebrek aan goede trouw en onrechtmatige onderverhuur.