ECLI:NL:RBROT:2019:3320
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering schone lei wegens bovenmatige nieuwe schulden in schuldsaneringsregeling
De rechtbank Rotterdam behandelde op 24 april 2019 het verzoek tot beëindiging van de schuldsaneringsregeling van schuldenaar, die sinds 11 april 2016 van toepassing was. De bewindvoerder rapporteerde dat schuldenaar nieuwe schulden had laten ontstaan bij DSW, Eneco en de gemeente Schiedam, ondanks de lopende regeling. Schuldenaar was niet verschenen op de zittingen en gaf geen toelichting op de ontstane schulden.
De rechtbank oordeelde dat hoewel de informatieverplichting van schuldenaar slechts in beperkte mate was geschonden, het ontstaan van bovenmatige nieuwe schulden voldoende grond is om de schone lei te weigeren volgens artikel 350 lid 3 onder Pro d van de Faillissementswet. De tienjaarstermijn uit artikel 288 lid 2 onder Pro d Fw is niet van toepassing indien de eerdere regeling is beëindigd om redenen die schuldenaar niet zijn toe te rekenen.
De rechtbank bepaalde dat de schuldsaneringsregeling eindigt zodra de slotuitdelingslijst verbindend is, maar dat de verplichtingen van schuldenaar uit de regeling op 11 april 2019 eindigen. Tevens werd het salaris van de bewindvoerder vastgesteld op maximaal € 3.226,21 inclusief kosten en omzetbelasting.
Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open binnen acht dagen na de uitspraak, uitsluitend door een advocaat in te dienen bij het gerechtshof.
Uitkomst: De rechtbank weigert de schone lei wegens het ontstaan van bovenmatige nieuwe schulden en beëindigt de schuldsaneringsregeling per 11 april 2019.