Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.Onderzoek op de terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Eis officier van justitie
- vrijspraak van het onder 3 primair en 3 subsidiair ten laste gelegde;
- bewezenverklaring van het onder 1 en 2 ten laste gelegde;
- veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 jaar met aftrek van voorarrest.
4.Waardering van het bewijs
Tot slot is opvallend dat [naam medeverdachte 1] en de persoon die hij aanduidt als [bijnaam medeverdachte 8] respectievelijk [bijnaam pingnaam 30] hun berichtenverkeer over en weer beginnen met “ [naam 3] ”, hetgeen in pingesprekken met andere Pin-nummers niet is voorgekomen.
113kilogram van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet,
5.Strafbaarheid feiten
1. medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder Pro A van de Opiumwet gegeven verbod;
2. het deelnemen aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van één of meer misdrijven als bedoeld in artikel 10, derde, vierde en/of vijfde lid van de Opiumwet.
6.Strafbaarheid verdachte
7.Motivering straffen en maatregel
8.In beslag genomen voorwerpen
9.Toepasselijke wettelijke voorschriften
10.Bijlagen
11.Beslissing
gevangenisstraf voor de duur van 4 (vier) jaar;
- verklaart verbeurd als bijkomende straf voor de feiten 1 en 2: nummers 10 t/m 15 en 20;