Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.Onderzoek op de terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Eis officier van justitie
- bewezenverklaring van het onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde;
- veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 jaar met aftrek van voorarrest;
- opheffing van de schorsing van de voorlopige hechtenis bij einduitspraak.
4.Ontvankelijkheid officier van justitie
5.Waardering van het bewijs
Tot slot is opvallend dat [naam medeverdachte 1] en de persoon die hij aanduidt als [bijnaam 1 verdachte] respectievelijk [bijnaam 3 verdachte] hun berichtenverkeer over en weer beginnen met “ [naam 3] ”, hetgeen in pingesprekken met andere Pin-nummers niet is voorgekomen.
6.Strafbaarheid feiten
1.
medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder Pro A van de Opiumwet gegeven verbod;
2.
medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder Pro A van de Opiumwet gegeven verbod;
3.
het deelnemen aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van één of meer misdrijven als bedoeld in artikel 10, derde, vierde en/of vijfde lid van de Opiumwet
7.Strafbaarheid verdachte
8.Motivering straf
9.Voorlopige hechtenis
10.Toepasselijke wettelijke voorschriften
11.Bijlagen
12.Beslissing
gevangenisstraf voor de duur van 40 (veertig) maanden;