Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.De procedure
2.De feiten
3.De beoordeling
€ 7.000,00 en in 2016 voor € 57.000,00 aan (zakelijke) schulden laten ontstaan.
Rechtbank Rotterdam
Verzoeker heeft in 2019 een verzoek ingediend tot toepassing van de schuldsaneringsregeling. Hij ontvangt een AOW-uitkering en aanvullend pensioen en heeft een schuldenlast van ruim €108.000. Verzoeker was van 2000 tot 2012 werkzaam bij verschillende ondernemingen en heeft in 2013 een eenmanszaak (Quake Pub) overgenomen die vanaf het begin verliesgevend was. Ondanks de financiële problemen is hij doorgegaan met de onderneming en is in 2016 een risicovolle onderhuurconstructie aangegaan, waarbij een huurvordering van circa €50.000 is ontstaan.
De rechtbank oordeelt dat verzoeker niet te goeder trouw was bij het ontstaan en onbetaald laten van de zakelijke schulden tussen 2014 en 2016. Hij had geen noodzaak om de onderneming voort te zetten vanwege zijn pensioeninkomsten en heeft onnodige risico’s genomen. Bovendien is verzoeker sinds 2017 bestuurder van een andere onderneming, wat niet strookt met de beginselen van de schuldsaneringsregeling vanwege de financiële risico’s en beperkte controlemogelijkheden.
Gezien deze omstandigheden en het ontbreken van feiten die toelating tot de regeling rechtvaardigen, wijst de rechtbank het verzoek af. De uitspraak is gedaan door rechter W.J. Geurts-de Veld in aanwezigheid van de griffier. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open binnen acht dagen.
Uitkomst: Het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt afgewezen wegens gebrek aan goede trouw en het feit dat verzoeker bestuurder is van een onderneming.