Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.Het verloop van de procedure
- het verzoekschrift, ingekomen op 15 maart 2019, met producties;
- de door Woman’s World na de mondelinge behandeling overgelegde foto’s.
2.De vaststaande feiten
binnen 14 dagengeschied.
Rechtbank Rotterdam
Verzoekster heeft bij de rechtbank Rotterdam een deelgeschilprocedure gestart om voor recht te laten verklaren dat Woman’s World aansprakelijk is voor de door haar geleden schade na een val op 16 februari 2019. Zij stelt dat de trapleuning loszat en daardoor een gebrek vormde in de zin van artikel 6:174 BW Pro, wat heeft geleid tot haar val en letsel.
Woman’s World betwist de aansprakelijkheid en stelt dat verzoekster zelf de trapleuning heeft losgetrokken en dat er geen sprake is van een val veroorzaakt door een gebrek. Tijdens de zitting verklaarde verzoekster dat zij niet volledig is gevallen, maar enkele treden naar beneden is geschoten door de loszittende leuning.
De kantonrechter oordeelt dat de feiten tussen partijen sterk verschillen en dat het noodzakelijk is om bewijs te leveren, bijvoorbeeld door getuigenverhoren en medische onderbouwing, om aansprakelijkheid vast te stellen. Omdat een snelle beslissing het uitgangspunt is van de deelgeschillenprocedure en dit niet mogelijk is, wordt het verzoek afgewezen.
De kantonrechter begroot wel de proceskosten van verzoekster, bestaande uit advocaatkosten en griffierecht, maar veroordeelt Woman’s World niet tot betaling daarvan. De beschikking is uitgesproken door mr. drs. E. van Schouten.
Uitkomst: Verzoek tot verklaring voor recht van aansprakelijkheid wegens val van trap wordt afgewezen wegens noodzakelijke bewijslevering.