De rechtbank Rotterdam behandelde op 9 april 2019 een zaak betreffende een 13-jarige jongen die verblijft in een gesloten jeugdhulpinstelling Midgaard. De kinderrechter sprak haar verbazing uit over het feit dat nog geen persoonlijkheidsonderzoek (PO) was gestart en dat de minderjarige niet was gezien door een kinderpsychiater. Tevens werd het onaanvaardbaar geacht dat de jongen soms slechts één dag per week onderwijs krijgt aangeboden.
De ouders oefenen het ouderlijk gezag uit en de jongen verblijft sinds 1 maart 2019 bij Midgaard na eerdere crisisplaatsingen. De Raad voor de Kinderbescherming verzocht om een machtiging gesloten jeugdhulp vanwege ernstige opgroei- en opvoedingsproblemen, waaronder woede-uitbarstingen waarvan de oorzaak onbekend is. De kinderrechter achtte gesloten jeugdhulp noodzakelijk en wees op het belang van een uitgebreid PO inclusief psychiatrisch, trauma- en intelligentieonderzoek.
De kinderrechter benadrukte dat het ontbreken van een vaste jeugdbeschermer leidt tot onvoldoende regie en monitoring van de behandeling. Ondanks de diagnose ADHD was nog geen consult bij een kinderpsychiater geweest om medicatie te overwegen. De beschikking verleende de machtiging voor de duur van de voorlopige ondertoezichtstelling en bepaalde dat op de volgende zitting een concreet behandelplan en voortgang van het PO moeten worden gepresenteerd.