Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- het incidenteel vonnis van 18 januari 2017 van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant, waarbij de zaak is verwezen naar deze rechtbank;
- de conclusie van antwoord met producties;
- de brief van de rechtbank van 12 april 2017, waarbij een comparitie van partijen is bepaald;
- de brief van Ibis van 24 oktober 2017;
- de brief van Liesker van 27 oktober 2017 met productie;
- het proces-verbaal van comparitie in beide zaken, gehouden op 7 november 2017;
- de conclusie na voeging van Ibis;
- de antwoordconclusie van Liesker;
- de akte vermeerdering van eis van Ibis;
- de antwoordakte van Liesker;
- het proces-verbaal van de voortgezette comparitie in beide zaken, gehouden op 1 april 2019;
- de pleitnotities van mr. Mensink;
- de brief van12 april 2019 van mr. Heeren naar aanleiding van het proces-verbaal.
2.De feiten
3.Verplichtingen van Liesker Legal
4.Opbrengstverdeling
9.Opzegging van de overeenkomst
[…]
3.Het geschil
4.De beoordeling
5.974,50(3,5 punten × tarief € 1.707,00)