Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.[eiser 1] ,
[eiser 2],
1.De procedure
- de dagvaarding van 16 mei 2017, met producties;
- de exceptio plurium litis consortium, tevens houdende conclusie van antwoord, van 6 september 2017, met producties;
- de brief van 27 september 2017 van de rechtbank, waarbij partijen zijn opgeroepen voor een comparitie van partijen;
- de brieven van 10 oktober 2017, 4 januari 2018 en 26 juni 2018 van de rechtbank inzake het plannen van de comparitie van partijen;
- het proces-verbaal van comparitie, gehouden op 14 augustus 2018;
- de brief van 17 september 2018 van mr. Kathmann naar aanleiding van het proces-verbaal;
- de pleitnotities van 14 augustus 2018 van mr. Kathmann;
- de brief van 15 oktober 2018 van mr. Kathmann, met de producties A en B;
- de antwoordakte van 31 oktober 2018.
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
Voor wat het overige in uw voorstel: ik sluit me geheel aan bij wat [eiser 1] en [eiser 2] hierin besluiten.Bovendien is door toedeling van de gesplitste vorderingen het belang van [eiser 1] en [eiser 2] onvoldoende gewaarborgd.
e-mail van [gedaagde] van 23 juli 2014 aan alle erven. In deze e-mail wordt toedeling van de vordering op Bram Stolk Foodservice VOF aan [eiser 1] en [eiser 2] niet aan de orde gesteld. Uit haar antwoord mail van 23 juli 2014 kan dan ook geen instemming met toedeling aan [eiser 1] en [eiser 2] voor € 1,- dan wel een daartoe strekkende volmacht worden afgeleid, aldus [dochter erflaatster] .
904,00(2,0 punten × tarief € 452,00)
5.De beslissing
2221]