ECLI:NL:RBROT:2019:4364
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek schuldsaneringsregeling wegens overbesteding en onvoldoende goede trouw
Verzoekster diende een verzoek in tot toepassing van de schuldsaneringsregeling vanwege een schuldenlast van €17.440,46 en ontvangt een WIA-uitkering. De rechtbank beoordeelde of verzoekster te goeder trouw was bij het ontstaan en onbetaald laten van haar schulden en of zij de verplichtingen uit de regeling zou nakomen.
De rechtbank constateerde dat verzoekster schulden had gemaakt die duiden op overbesteding, zoals hoge schulden bij telecombedrijven en onbetaalde motorrijtuigenbelasting. Daarnaast bleek uit bankafschriften dat verzoekster regelmatig grote contante opnames deed, waardoor automatische incasso’s niet konden worden voldaan. Ondanks beschermingsbewind ontving zij uitkeringen en toeslagen op haar eigen rekening en ook giften van derden, maar betaalde zij geen vaste lasten en maakte zij consumptieve uitgaven.
De rechtbank oordeelde dat verzoekster geen blijk gaf van een saneringsgezinde houding en dat het niet aannemelijk was dat zij de verplichtingen uit de schuldsaneringsregeling naar behoren zou nakomen. Het verzoek werd daarom afgewezen. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open.
Uitkomst: Het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt afgewezen wegens overbesteding en onvoldoende goede trouw.