Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.Het verzoek
2.Het verzoek van de bewindvoerder
3.Het standpunt van schuldenaar
De beoordeling
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Rotterdam
De bewindvoerder verzocht de rechter-commissaris om toestemming voor afkoop van een levensverzekering ten name van de schuldenaar met een afkoopwaarde van circa €46.290. Schuldenaar verzette zich tegen afkoop omdat noch curator, bewindvoerder, schuldeisers noch uitkerende instanties eerder om afkoop hadden verzocht en de polis was afgesloten als pensioenvoorziening.
De rechter-commissaris beoordeelde het verzoek op grond van artikel 22a Faillissementswet jo. artikel 295 lid 6 Faillissementswet Pro, waarbij afkoop niet onredelijk benadelend mag zijn voor de begunstigde. Gezien schuldenaar naar verwachting recht heeft op een volledige AOW-uitkering en pensioen opbouwt bij zijn werkgever, werd afkoop niet als onredelijk benadelend beschouwd.
Daarnaast werd meegewogen dat er een aanzienlijk bedrag aan erkende schuldvorderingen is en dat de boedel baat heeft bij afkoop. Het feit dat afkoop niet eerder was voorgesteld, deed hieraan niet af. De rechter-commissaris besloot daarom de afkoop van de levensverzekering toe te staan.
De beschikking werd op 23 mei 2019 in het openbaar uitgesproken door rechter-commissaris A.M. van Kalmthout. Tegen deze beslissing staat hoger beroep open binnen vijf dagen na dagtekening van de beschikking.
Uitkomst: De rechter-commissaris verleent toestemming tot afkoop van de levensverzekering omdat dit niet onredelijk benadelend is voor de schuldenaar.