ECLI:NL:RBROT:2019:4367
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verzoek toepassing schuldsaneringsregeling wegens onvoldoende onderbouwing buitengerechtelijke regeling
Verzoekers dienden een verzoek in tot toepassing van de schuldsaneringsregeling. Volgens artikel 285 Faillissementswet Pro moet in het verzoekschrift een met redenen omklede verklaring zijn opgenomen dat buitengerechtelijke schuldregeling niet mogelijk is.
De bijgevoegde verklaring gaf aan dat het minnelijk traject bij de Kredietbank Rotterdam te lang zou duren en psychisch belastend is, maar deze motivatie was onvoldoende onderbouwd. De rechtbank stelde dat niet alleen de Kredietbank bevoegd is om een buitengerechtelijke regeling te starten, maar ook andere partijen zoals de bewindvoerder.
De rechtbank gunde geen termijn om aanvullende gegevens te verstrekken omdat een termijn van één maand niet toereikend is om een minnelijk traject af te ronden. Daarom verklaarde de rechtbank verzoekers niet-ontvankelijk in hun verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling.
Uitkomst: Verzoekers worden niet-ontvankelijk verklaard in hun verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling wegens onvoldoende onderbouwing dat een buitengerechtelijke regeling niet mogelijk is.