ECLI:NL:RBROT:2019:4368
Rechtbank Rotterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen openbaarmaking IGJ-toezichtsrapport
Verzoekster heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport om het toezichtsrapport van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) openbaar te maken. Het rapport bevatte conclusies over de doorlevering van dexamfetamine sulfaat door verzoekster, waarbij werd vastgesteld dat niet aan bepaalde eisen werd voldaan.
De voorzieningenrechter heeft vastgesteld dat het besluit tot openbaarmaking een gebonden besluit is op grond van de Gezondheidswet en het Besluit openbaarmaking, waarbij een individuele belangenafweging achterwege blijft. De IGJ heeft adequaat gereageerd op de door verzoekster aangevoerde feitelijke onjuistheden en het rapport is niet onzorgvuldig vastgesteld.
Verzoeksters beroep op bedrijfsgeheimen, schending van privacy (artikel 8 EVRM Pro) en vrijheid van meningsuiting (artikel 10 Grondwet Pro) faalt. Ook de vrees voor reputatieschade en economische schade is onvoldoende concreet om publicatie tegen te houden. Verzoekster kan een reactie op het rapport plaatsen op de website van de IGJ en verweerder zal in het persbericht aandacht besteden aan de actuele situatie.
De voorzieningenrechter concludeert dat het bezwaar tegen het besluit naar verwachting ongegrond zal zijn en wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de openbaarmaking van het IGJ-toezichtsrapport wordt afgewezen.