ECLI:NL:RBROT:2019:4373
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek schuldsaneringsregeling wegens onvoldoende goede trouw en onvolledige schuldenlijst
Verzoeker heeft een verzoek ingediend tot toepassing van de schuldsaneringsregeling met een schuldenlast van €232.974,-. De rechtbank heeft vastgesteld dat verzoeker onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij te goeder trouw is geweest bij het ontstaan en het onbetaald laten van zijn schulden in de vijf jaar voorafgaand aan het verzoek.
De rechtbank constateerde dat de schuldenlijst onvolledig is, omdat de vordering van de curator wegens aansprakelijkstelling ontbreekt. Verzoeker heeft nagelaten de laatste drie jaarstukken van zijn ondernemingen te overleggen, die pas medio 2018 zijn beëindigd. Ook de schuld aan de Belastingdienst wegens teveel ontvangen hypotheekrenteaftrek is niet te goeder trouw ontstaan of onbetaald gelaten.
Gelet op deze feiten en het ontbreken van voldoende bewijs van goede trouw, wijst de rechtbank het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling af. Dit betekent niet dat er geen andere gronden zijn voor afwijzing, maar deze zijn niet nader onderzocht.
Uitkomst: Het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt afgewezen wegens onvoldoende aannemelijkheid van goede trouw en onvolledige schuldenlijst.