ECLI:NL:RBROT:2019:4374
Rechtbank Rotterdam
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering opheffing conservatoir beslag op schepen in zeerechtelijke vordering
Silverburn Shipping (IOM) Ltd heeft conservatoir beslag gelegd op de schepen Ark-11 en Ark-12, eigendom van Ark Shipping Company LLC, ter zekerheid van een vordering uit een rompbevrachtingsovereenkomst betreffende het schip Arctic. Ark vorderde opheffing van het beslag of een lagere begroting van de vordering met tegenzekerheid.
De voorzieningenrechter oordeelt dat het beslagrechtelijk toelaatbaar is, verwijzend naar het arrest van de Hoge Raad in de Costanza M-zaak en literatuur. Silverburn heeft aannemelijk gemaakt dat de waarde van het eerste schip onvoldoende is voor verhaal, waardoor beslag op het tweede schip gerechtvaardigd is. De stelling dat artikel 21 Rv Pro is geschonden wordt verworpen.
De vordering wordt niet lager begroot, ondanks dat de BTW een toekomstige vordering betreft, omdat Nederlands recht beslag op toekomstige vorderingen toestaat. Ark weigert het schip Arctic terug te leveren ondanks eerdere veroordelingen, waardoor Silverburn schade lijdt. De belangenafweging leidt tot afwijzing van de vordering van Ark. Ark wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering tot opheffing van het conservatoir beslag op de schepen Ark-11 en Ark-12 wordt afgewezen en Ark wordt veroordeeld in de proceskosten.