De rechtbank Rotterdam behandelde het verzoek van de vader om gezamenlijk ouderlijk gezag over zijn minderjarige dochter toe te wijzen en een nieuwe zorgregeling vast te stellen. De moeder oefende tot dan toe het gezag alleen uit en stemde niet in met gezamenlijk gezag. De rechtbank overwoog dat het ontbreken van gezamenlijk gezag alleen kan worden afgewezen bij ernstige contra-indicaties, die in deze zaak niet voldoende waren aangetoond.
De communicatie tussen ouders was gespannen, met schokkende berichten, maar de vader toonde zich bereid tot verbetering en samenwerking, onder meer door deelname aan een begeleidingsprogramma. De rechtbank achtte het aannemelijk dat binnen afzienbare tijd verbetering in de verstandhouding mogelijk is en wees het verzoek tot gezamenlijk gezag toe.
Ten aanzien van de zorgregeling stelde de rechtbank vast dat de vader geen wijziging van omstandigheden had aangetoond die een aanpassing rechtvaardigen. De bestaande regeling, waarin de vader zorg draagt op vrijdagmiddag en om de week van vrijdag tot zondagavond, bleef van kracht. Partijen kunnen in de toekomst zelf tot uitbreiding komen.
Verder werd een onderhoudsbijdrage van €125 per maand vastgesteld, ingaande 1 mei 2019. De proceskosten werden ieder door eigen partij gedragen. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en staat hoger beroep open.