Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- de dagvaarding d.d. 6 april 2018, met producties;
- de conclusie van antwoord;
- de brief van de rechtbank d.d. 18 juli 2018, waarbij een comparitie van partijen is bepaald;
- de incidentele conclusie van de Stichting d.d. 5 september 2018, met een productie;
- de brief van de Stichting d.d. 18 september 2018, met producties;
- de producties A tot en met E van de zijde van [gedaagde] , ingekomen op 18 september 2018;
- de akte wijziging van eis van de Stichting d.d. 2 oktober 2018, met een productie;
- de brief van de Stichting d.d. 22 oktober 2018, met producties;
- het proces-verbaal van de comparitie van partijen, gehouden op 6 november 2018;
- de pleitaantekeningen van mr. Habermehl.
2.De feiten
(…)
.
de directie van SBMP [de Stichting], dhr. [gedaagde] en zijn medewerker dhr. [naam 3] hebben zich bereid verklaard een vennootschap naar het recht van de State of Utah op te richten, welke vennootschap de drie mijnafvalhopen met de haar omliggende vervuilde gronden zal overnemen
.
3.Het geschil
4.De beoordeling
Ontbinding van de Vennootschap ten aanzien van [gedaagde]
het verschil tussen de waarden, die aan de aktiva van de vennootschap in het economisch verkeer moet worden toegekend en de boekwaarde” (zoals bedoeld in artikel 13 van Pro de CV-akte), waardoor de vennoten die niet deelnamen aan de emissies disproportioneel zijn verwaterd. Deze tekortkomingen zijn aan [gedaagde] toe te rekenen, aldus de Stichting.
Het aandeel van een defungerend vennoot in alle tot het vennootschappelijk vermogen behorende aktiva wordt door de overige vennoten overgenomen, waartegenover zij verplicht zijn alle te zijnen laste in de vennootschap bestaande passiva voor hun rekening te nemen en voorts aan de defungerend vennoot uit te keren het saldo per ultimo het desbetreffende boekjaar op zijn kapitaalrekening, waarin is verwerkt zijn aandeel in de winst of verlies van het lopende jaar en zijn vast te stellen aandeel in het verschil, in positieve of negatieve zin tussen de waarden, die aan de aktiva van de vennootschap in het economisch verkeer moeten worden toegekend en de boekwaarde. Van het aldus vastgestelde saldo van het aandeel van de defungerend vennoot wordt afgetrokken al wat hij uit welken hoofde ook aan de vennootschap schuldig mocht zijn”. In lijn met de strekking van dit artikel ligt het door de Stichting onder 2a gevorderde rechtsgevolg dat het aandeel van [gedaagde] in het kapitaal van de Vennootschap bij ontbinding aan de Vennootschap zal vervallen en daarmee aan de overige vennoten ten goede komt, voor toewijzing gereed. Kernvraag is echter welke vergoeding - in de zin van zijn saldo op de kapitaalrekening - hiertegenover aan [gedaagde] uitgekeerd dient te worden.
om de dagelijkse kantoorwerkzaamheden uit te oefenen”. Voor zover wordt aangenomen dat de overeenkomst van 2000 niet voorziet in een regeling voor het onderhavige geval waarin door ontslag een einde komt aan de positie die [gedaagde] binnen de Stichting vervulde, dan dient die leemte aangevuld te worden door uitleg van de overeenkomst volgens de Haviltex norm en de aanvullende werking van de in artikel 6:2 en Pro 6:248 BW bedoelde redelijkheid en billijkheid. Deze brengen met zich mee dat [gedaagde] in de huidige omstandigheden de aandelen moet overdragen aan de Fondsen, aldus de Stichting.
1.900,50(3,5 punten × tarief € 543,00)