De eiseres en gedaagde 1 zijn partijen bij een huurovereenkomst voor bedrijfsruimte te Rotterdam, gesloten op 31 mei 2016. Gedaagde 2 was destijds bestuurder en enig aandeelhouder van gedaagde 1. Na een aandelenoverdracht op 1 april 2017 trad gedaagde 2 uit als bestuurder op 13 juli 2017. Eiseres vordert betaling van huurachterstand en bijkomende kosten van gedaagde 1 en ex-bestuurder gedaagde 2.
Gedaagde 1 verschijnt niet, waardoor verstek wordt verleend. De rechtbank oordeelt dat de huurachterstand van €5.302,00 tot en met februari 2018 onbetwist en gegrond is, en veroordeelt gedaagde 1 tot betaling van dit bedrag, de wettelijke handelsrente en incassokosten.
De vordering jegens gedaagde 2 tot bestuurdersaansprakelijkheid wordt afgewezen. De rechtbank stelt dat onvoldoende feiten zijn gesteld waaruit blijkt dat gedaagde 2 persoonlijk een ernstig verwijt kan worden gemaakt. De aandelenoverdracht was bevoegd en leidde niet tot wijziging van de huurovereenkomst. De financiële situatie van gedaagde 1 was niet anders geweest zonder de overdracht.
Eiseres wordt veroordeeld in de proceskosten jegens gedaagde 2. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.