Vestia vordert ontbinding van de huurovereenkomst met [gedaagde 1] en [gedaagde 2] wegens het aantreffen van handelshoeveelheden hard- en softdrugs in de gehuurde sociale huurwoning en kelder. De politie trof op 18 juni 2018 7,2 gram harddrugs aan bij een zoon van de huurders, en bij een inval op 19 juni 2018 14,9 gram heroïne in de woning en 295 gram hennep in de kelderbox.
Vestia stelt dat de huurders tekort zijn geschoten in hun verplichtingen als goed huurder en dat de woning deels bedrijfsmatig wordt gebruikt, wat ontbinding rechtvaardigt. De huurders voeren verweer dat zij niet wisten van de drugs en dat zij maatregelen hebben genomen om herhaling te voorkomen.
De rechtbank oordeelt dat het aantreffen van drugs onvoldoende bewijs is dat de huurders verwijtbaar hebben gehandeld, mede omdat de drugs niet open en bloot lagen, er geen overlast of hinder is vastgesteld, en de huurders aannemelijk hebben gemaakt niet van de drugshandel te weten. Bovendien zou ontbinding disproportioneel zijn vanwege de lange huurperiode, de aanwezigheid van minderjarige kinderen en de schaarste aan passende sociale huurwoningen.
Daarom wijst de rechtbank de vordering tot ontbinding en ontruiming af en veroordeelt zij Vestia in de proceskosten.