De rechtbank Rotterdam heeft op 8 mei 2019 uitspraak gedaan in de zaak tegen een toen 13-jarige verdachte die samen met anderen op 8 januari 2018 opzettelijk brand heeft gesticht in een clubhuis van een ijsbaan te Nieuw-Beijerland. De verdachte stak kerstbomen in brand tegen het houten clubhuis, waardoor het gebouw geheel of gedeeltelijk afbrandde. Er was sprake van gemeen gevaar voor het gebouw en de daarin aanwezige goederen.
De verdachte heeft het ten laste gelegde feit bekend en heeft tijdens het politieverhoor en de zitting de volle verantwoordelijkheid genomen. Uit een rapport van de Raad voor de Kinderbescherming blijkt dat de verdachte uit een stabiele gezinssituatie komt, goed functioneert op school en soms impulsief handelt zonder de gevolgen goed in te schatten. De rechtbank hield rekening met zijn jonge leeftijd en persoonlijke omstandigheden bij het opleggen van de straf.
De rechtbank verklaarde het primair ten laste gelegde feit niet bewezen, maar het subsidiair ten laste gelegde feit wel. De verdachte is veroordeeld tot een taakstraf van 60 uur werkstraf, met een subsidiaire straf van 30 dagen jeugddetentie bij niet-nakoming. De vordering van de benadeelde partij tot schadevergoeding is niet-ontvankelijk verklaard en dient bij de burgerlijke rechter te worden ingediend.
De straf is opgelegd gelet op de ernst van het feit, de gevolgen voor de ijsclub en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. De rechtbank achtte de taakstraf passend en geboden, mede vanwege het feit dat de verdachte geschrokken was van de gevolgen en geen eerdere veroordelingen heeft voor soortgelijke feiten.