Eiseres ontvangt een bijstandsuitkering en staat onder bewind wegens problematische schulden. Verweerder legde een maatregel op door de uitkering met 30% te verlagen omdat eiseres zonder afmelding niet op een voortgangsgesprek verscheen. Eiseres betwistte ontvangst van de uitnodiging en stelde dat deze ten onrechte niet aan haar bewindvoerder was gestuurd.
De rechtbank stelde vast dat de bewindvoerder verweerder had verzocht alle correspondentie uitsluitend naar hem te sturen. Verweerder stuurde echter de uitnodiging rechtstreeks naar eiseres, conform zijn werkinstructie dat brieven over begeleiding naar de werkzoekende gaan. De rechtbank oordeelde dat verweerder had moeten aangeven dat sommige correspondentie niet naar de bewindvoerder zou worden gestuurd.
Omdat eiseres mocht aannemen dat alle correspondentie via haar bewindvoerder zou verlopen, kon haar geen verwijt worden gemaakt van het niet verschijnen. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit en herroept het primaire besluit. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.