ECLI:NL:RBROT:2019:5096
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak verdachte medeplegen en medeplichtigheid mensenhandel
De rechtbank Rotterdam behandelde de zaak tegen verdachte, die werd verdacht van medeplegen en medeplichtigheid aan mensenhandel. De tenlastelegging betrof het werven, vervoeren, huisvesten en uitbuiten van meerdere slachtoffers uit Roemenië die als prostituees in Nederland werkzaam waren. De officieren van justitie vorderden integrale vrijspraak.
Tijdens de zittingen in mei en juni 2019 werd vastgesteld dat niet bewezen kon worden dat verdachte zelf de prostituees heeft uitgebuit of dat hij opzettelijk voordeel heeft getrokken uit hun uitbuitingssituatie. Ook medeplichtigheid kon niet worden vastgesteld. De rechtbank oordeelde dat de bewijsvoering onvoldoende was om de tenlasteleggingen te onderbouwen.
De rechtbank sprak verdachte vrij van alle ten laste gelegde feiten, zowel primair als subsidiair. De uitgebreide tenlasteleggingen betroffen onder meer het overbrengen van slachtoffers, het regelen van werkplekken, het maken van advertenties, het geven van instructies, het bedreigen en mishandelen van slachtoffers, en het afdragen van opbrengsten. Geen van deze feiten kon aan verdachte worden bewezen.
Het vonnis werd gewezen door de meervoudige kamer van de rechtbank Rotterdam op 27 juni 2019. De griffier kon het vonnis niet medeondertekenen. De zaak illustreert de hoge bewijsstandaard bij mensenhandelzaken en het belang van concrete aanwijzingen voor uitbuiting en opzettelijk voordeel trekken.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken van medeplegen en medeplichtigheid aan mensenhandel wegens onvoldoende bewijs.