Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.Onderzoek op de terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Eis officier van justitie
- vrijspraak van het onder 1 ten laste gelegde in de zaak met parketnummer 10/810012-18;
- bewezenverklaring van het onder 2 en 3 ten laste gelegde in de zaak met parketnummer 10/810012-18 en het ten laste gelegde in de zaak met parketnummer 10/812023-19;
- veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden met aftrek van voorarrest en verbeurdverklaring van het inbeslaggenomen geld.
4.Waardering van het bewijs
de periode 12 oktober 2017tot en met 7 februari 2018 te Schiedam, Rotterdam en Vlaardingen, opzettelijk heeft bereid en/ bewerkt en verwerkt en verkocht en afgeleverd en verstrekt en vervoerd, hoeveelheden van een materiaal bevattende cocaïne en/of heroïne, zijnde cocaïne en heroïne middelen als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I;
5.Strafbaarheid feiten
6.Strafbaarheid verdachte
7.Motivering straffen
Alles afwegend acht de rechtbank een gevangenisstraf van 14 maanden en de hieronder besproken verbeurdverklaringen, passend en geboden. De reden dat dit sterk afwijkt van de door de officier van justitie gevorderde straf is met name gelegen in de straf die opgelegd is aan de broer van de verdachte voor een soortgelijke zaak en dat de zaak van de verdachte destijds – ware het niet door onvoorziene omstandigheden – gelijktijdig zou worden afgedaan met de zaak van zijn broer. In beslag genomen voorwerpen
- € 2.850,00 contant geld;
- € 150,00 contant geld;
- een laptop van het merk Acer;
- € 1.094,50 contant geld;
- € 205,27 contant geld.
9.Toepasselijke wettelijke voorschriften
10.Bijlagen
11.Beslissing
gevangenisstraf voor de duur van 14 (veertien) maanden;
,zijnde cocaïne en heroïne middelen als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I;