Op 7 juli 2018 voerde de politie een onderzoek uit naar aanleiding van een anonieme melding bij een woning in Rotterdam waar verdachte samen met anderen werd aangetroffen. Tijdens de doorzoeking werden verdovende middelen, versnijdingsmiddelen en een grote hoeveelheid contant geld gevonden. De officier van justitie eiste een gevangenisstraf van 30 maanden wegens handel in drugs en witwassen.
De verdachte ontkende kennis te hebben van de aangetroffen goederen en stelde niet te weten wat er zich in het huis van een ander afspeelde. De rechtbank oordeelde dat de enkele aanwezigheid van verdachte in de woning onvoldoende bewijs vormde voor wetenschap en beschikkingsmacht over de drugs en het geld.
De rechtbank concludeerde dat niet wettig en overtuigend bewezen kon worden dat verdachte de tenlastegelegde feiten had begaan. Daarom sprak zij verdachte integraal vrij van alle tenlastegelegde feiten, waaronder handel in verdovende middelen, voorbereidingshandelingen en witwassen.