Op 7 juli 2018 werd bij een politie-inval in de woning van de verdachte grote hoeveelheden cocaïne, heroïne, versnijdingsmiddelen en contant geld aangetroffen. De verdachte was huurder en bewoner van de woning en werd samen met anderen aangetroffen. De rechtbank oordeelde dat de verdachte bekend was met de aanwezigheid van de drugs en geld en dat er sprake was van een nauwe samenwerking met een medeverdachte.
De verdediging stelde dat de verdachte geen wetenschap of beschikkingsmacht had over de drugs in de slaapkamer en dat hij slechts aanwezig was, maar dit werd door de rechtbank verworpen op basis van getuigenverklaringen en de omstandigheden. De verdachte werd bewezen verklaard medeplegen van het handelen in verdovende middelen, voorbereidingshandelingen en schuldwitwassen.
De rechtbank hield rekening met de ernst van de feiten, de grote hoeveelheden drugs en geld, en de schadelijke effecten van harddrugs op de volksgezondheid. De persoonlijke omstandigheden van de verdachte, waaronder het ontbreken van een strafblad voor soortgelijke feiten en het volgen van een opleiding, werden meegewogen. De opgelegde straf bestaat uit een gevangenisstraf van 30 maanden, waarvan 10 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar.
Daarnaast werd een geldbedrag van € 540,- teruggegeven aan de verdachte omdat niet zonder twijfel aannemelijk was dat dit bedrag uit strafbare feiten afkomstig was. De tijd in voorlopige hechtenis wordt in mindering gebracht op de straf.