Op 7 juli 2018 vond een politieonderzoek plaats naar aanleiding van een anonieme tip bij een woning in Rotterdam waar meerdere verdachten werden aangetroffen. In de woning werden grote hoeveelheden cocaïne, heroïne, versnijdingsmiddelen en contant geld gevonden. De verdachte ontkende kennis te hebben gehad van de harddrugs en verklaarde slechts voor een weekend softdrugs te zijn gekomen.
De officier van justitie eiste vrijspraak voor één feit en veroordeling voor de andere feiten tot 24 maanden gevangenisstraf. De rechtbank oordeelde echter dat het bewijs onvoldoende was om wettig en overtuigend vast te stellen dat verdachte wist van de aanwezigheid van de verdovende middelen en versnijdingsmiddelen en dat hij deze in zijn macht had.
De enkele aanwezigheid van verdachte in de nabijheid van de drugs was onvoldoende voor een bewezenverklaring. Ook de verklaring van een medeverdachte die toegaf de drugs en het geld zonder medeweten van anderen te hebben binnengebracht, versterkte dit oordeel. Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van alle tenlastegelegde feiten.
Verder werd een bedrag van €1.045,- in beslag genomen bij verdachte, maar omdat geen straf werd opgelegd, werd gelast dit bedrag terug te geven aan verdachte.