Op 7 juli 2018 werd de verdachte samen met anderen aangetroffen in een woning te Rotterdam waar verdovende middelen, versnijdingsmiddelen en contant geld werden gevonden. De officier van justitie eiste een gevangenisstraf van 24 maanden voor handel in drugs en witwassen, maar sprak zich uit voor vrijspraak van één feit.
De rechtbank oordeelde dat het bewijs onvoldoende was om wettig en overtuigend vast te stellen dat verdachte wist van de aanwezigheid van de drugs en versnijdingsmiddelen in de woning of dat hij daartoe beschikking had. De enkele aanwezigheid in de nabijheid van de drugs was onvoldoende voor een bewezenverklaring.
De verdachte verklaarde dat hij slechts voor een weekend vanuit Frankrijk naar Rotterdam was gekomen om softdrugs te kopen en te gebruiken. Een medeverdachte bekende de drugs en het geld eerder die dag in de woning te hebben gebracht zonder medeweten van anderen.
De rechtbank sprak de verdachte daarom vrij van alle tenlastegelegde feiten, waaronder handel in cocaïne en heroïne, voorbereidingshandelingen en witwassen. Dit vonnis werd uitgesproken op 17 april 2019 door de meervoudige kamer strafzaken van de rechtbank Rotterdam.