De rechtbank Rotterdam behandelde het beroep van eiser tegen het besluit van 21 december 2016 van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Zwijndrecht, waarin een persoonsgebonden budget (pgb) voor jeugdhulp werd geweigerd. In een eerdere tussenuitspraak werd vastgesteld dat verweerder onvoldoende had onderzocht of de moeder van eiser zonder pgb de zorg kon blijven verlenen.
Na aanvullend financieel onderzoek door een deskundige concludeerde verweerder dat het gezinsinkomen toereikend is en dat de moeder geen gedwongen keuze hoeft te maken tussen het verlenen van hulp en het verwerven van inkomen. De rechtbank oordeelt dat dit financieel advies zorgvuldig en inhoudelijk juist is en dat het gezinsinkomen voldoende is om de vaste lasten te betalen zonder pgb.
Hoewel de moeder van eiser graag wil werken, is dat niet verplicht om het pgb te weigeren. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit wegens eerdere procedurele tekortkomingen, maar laat de rechtsgevolgen van het besluit in stand omdat het gezinsinkomen toereikend is. Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiser.