Op 10 oktober 2017 vond een doorzoeking plaats in een bedrijfspand te Schiedam waarbij een geladen pistool en vijf kogels werden aangetroffen in een bureaulade. DNA-onderzoek toonde aan dat de verdachte DNA op zowel het wapen als de patroonhouder had. De verdachte ontkende kennis van het wapen en stelde dat het DNA door overdracht via poetsdoeken of politiehandelingen kon zijn gekomen.
De verdediging voerde aan dat de doorzoeking onrechtmatig was omdat er geen machtiging voor het bedrijfspand was afgegeven, en dat het bewijs daarom uitgesloten moest worden. De rechtbank oordeelde echter dat de doorzoeking rechtmatig was uitgevoerd onder gezag van de officier van justitie en met een machtiging tot binnentreden.
De rechtbank achtte het bewezen dat de verdachte het wapen voorhanden had gehad, mede gelet op camerabeelden waarop hij in de lade bezig was en het aantreffen van zijn DNA op meerdere plaatsen van het wapen. De alternatieve scenario's van de verdediging werden als speculatief en ongeloofwaardig verworpen.
Gezien de ernst van het feit, de aanwezigheid van een strafblad met soortgelijke veroordelingen en het gevaar dat het bezit van een geladen vuurwapen met zich meebrengt, legde de rechtbank een gevangenisstraf van 4 maanden op. Ook werd gevangenneming bevolen. De tijd in voorlopige hechtenis wordt in mindering gebracht.