Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- de oorspronkelijke dagvaarding van 1 juni 2017 van [eiseres] , met 92 producties,
- het op 27 september 2017 onder zaaknummer/rolnummer C/10/528844 / HA ZA 17-586 gewezen verstekvonnis,
- de verzetdagvaarding van Vivat van 24 oktober 2017, tevens incidentele eis tot overlegging van stukken ex 843a Rv en eis in reconventie,
- de akte overlegging producties van Vivat van 15 november 2017,
- de conclusie van antwoord in het incident ex artikel 843a Rv,
- het vonnis in incident van 11 april 2018,
- het tussenvonnis van 23 mei 2018 waarin een comparitie van partijen is bepaald,
- de brief van 19 augustus 2018 namens Vivat, waarin productie 7 en 8 worden overgelegd,
- de conclusie van antwoord in reconventie,
- de akte indiening van stukken en vermeerdering en vermindering van eis van Vivat van 4 september 2018, met producties 9 en 10,
- het proces-verbaal van comparitie van 4 september 2018, waarin mondeling vonnis is gewezen,
- de akte van [eiseres] van 17 oktober 2018, met 3 producties,
- de akte van Vivat van 14 november 2018,
- de antwoordakte van [eiseres] van 9 januari 2019.
2.De feiten
1.De situatie met ongeval
3.Het geschil
in conventie
4.De beoordeling
- (langdurig) voorover gebukt staan,
- voorover gebukt een doos van de achterbank van het voertuig tillen,
- het hoofd in een vlotte beweging zowel naar links als naar rechts draaien,
- zowel met de linkerarm als de rechterarm ver omhoog reiken om de achterklep van het voertuig te sluiten.