ECLI:NL:RBROT:2019:5484
Rechtbank Rotterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek aanwijzing kantonrechter ex artikel 4:210 BW inzake nalatenschapsvereffening
De zaak betreft een verzoek van [verzoeker] aan de kantonrechter om een aanwijzing te geven op grond van artikel 4:210 lid 1 BW Pro met betrekking tot de uitvoering van een schikking tussen erfgenamen over de nalatenschap van hun moeder, de erflaatster. Na het overlijden van de erflaatster en later van haar echtgenoot, zijn [verzoeker] en [verweerster] erfgenamen geworden.
[Verzoeker] had aanvankelijk een verzoek tot aanwijzing ingediend om de verdeling van roerende zaken conform een notarieel overzicht te effectueren en later om betaling van deurwaarderskosten. Tijdens de procedure is gebleken dat het verzoek feitelijk gericht was op nakoming van afspraken en betaling van kosten, terwijl artikel 4:210 BW Pro uitsluitend ziet op de toezichthoudende taak van de kantonrechter bij de vereffening van nalatenschappen.
De kantonrechter oordeelt dat het verzoek niet gegrond is omdat er geen sprake is van een gegronde reden in de zin van artikel 4:210 BW Pro. Het verzoek om betaling van deurwaarderskosten wordt afgewezen omdat dit buiten de toezichthoudende taak valt. De proceskosten worden gecompenseerd vanwege de familierelatie, waarbij elke partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: Het verzoek om aanwijzing ex artikel 4:210 BW en betaling van deurwaarderskosten wordt afgewezen.