ECLI:NL:RBROT:2019:5524

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
26 juni 2019
Publicatiedatum
11 juli 2019
Zaaknummer
10/005129-19
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 311 Sr
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling woninginbraak in vereniging gedurende de nacht in Sliedrecht

Op 6 januari 2019 heeft de verdachte samen met anderen een woninginbraak gepleegd in Sliedrecht rond 06:30 uur, waarbij een mobiele telefoon, een sleutelbos en een tablet werden weggenomen. De toegang werd verkregen door braak, namelijk het inslaan van een ruit aan de achterdeur.

De rechtbank heeft vastgesteld dat het feit strafbaar is als diefstal in vereniging gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd met braak. De verdachte is strafbaar bevonden en er zijn geen omstandigheden die strafuitsluiting rechtvaardigen.

Bij de strafoplegging heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van het feit, de impact op het slachtoffer en de samenleving, en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, waaronder zijn psychische problematiek en eerdere veroordelingen. De rechtbank heeft een gevangenisstraf van 55 dagen opgelegd, gelijk aan de tijd die de verdachte in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht.

De rechtbank heeft de tenlastelegging grotendeels bewezen verklaard, behalve voor het deel dat meer of anders was dan het bewezen verklaarde, waarvoor de verdachte is vrijgesproken.

De uitspraak is gedaan door de meervoudige kamer van de rechtbank Rotterdam op 26 juni 2019.

Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 55 dagen gevangenisstraf met aftrek van voorarrest voor woninginbraak in vereniging.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 2
Parketnummer: 10/005129-19
Datum uitspraak: 26 juni 2019
Tegenspraak
Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:
[naam verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats verdachte] (Bulgarije) op [geboortedatum verdachte] ,
ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres:
[adres verdachte] , [woonplaats verdachte] ,
gemachtigd raadsman mr. J.J. van Santbrink, advocaat te Rotterdam.

1.Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 26 juni 2019.

2.Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

3.Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. K. Pieters heeft gevorderd:
  • bewezenverklaring van het ten laste gelegde;
  • veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 55 dagen met aftrek van voorarrest.

4.Bewezenverklaring

In bijlage II heeft de rechtbank de inhoud van wettige bewijsmiddelen opgenomen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Op grond daarvan, en op grond van de redengevende inhoud van het voorgaande, is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat:
hij op 6 januari 2019 te Sliedrecht tezamen en in vereniging met anderen, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, om ongeveer 06.30 uur, uit een woning gelegen aan de [adres delict] , een mobiele telefoon en een sleutelbos en een tablet dat –toebehoorende aan [naam slachtoffer] , heeft weggenomen, met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en zijn mededaders zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben verschaft door middel van braak.
Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

5.Strafbaarheid feit

Het bewezen feit levert op:
diefstal gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd in een woning door iemand die zich aldaar buiten weten of tegen de wil van de rechthebbend bevindt, door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak.
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.
Het feit is dus strafbaar.

6.Strafbaarheid verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit.
De verdachte is dus strafbaar.

7.Motivering straf

7.1.
Algemene overweging
De straf die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het feit is begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.
7.2.
Feit waarop de straf is gebaseerd
De verdachte heeft zich, samen met anderen, schuldig gemaakt aan een woninginbraak gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd. Nadat de ruit van de achterdeur aan van het huis van de aangever rond 06:30 uur werd gebroken, zijn de verdachte en zijn mededaders naar binnen gegaan en er zijn vervolgens goederen uit de woning weggenomen.
Woninginbraken, zoals ook de onderhavige, veroorzaken naast de nodige materiële schade een forse inbreuk op de privacy van de bewoners. Daarnaast dragen dergelijke strafbare feiten bij aan gevoelens van onveiligheid in de samenleving.
7.3.
Persoonlijke omstandigheden van de verdachte
7.3.1.
Strafblad
De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van 6 juni 2019, waaruit blijkt dat de verdachte weliswaar eerder is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten.
7.3.2.
Rapportages
Reclassering Nederland heeft een rapport over de verdachte opgemaakt, gedateerd 1 april 2019. Dit rapport houdt het volgende in. De verdachte is angstig en verward. Er is sprake van een dreigende uithuisplaatsing en de verdachte heeft geen inkomen en geen ziektekostenverzekering. De verdachte maakt op de reclassering een psychotische indruk. De reclassering onthoudt zich van het geven van een strafadvies.
7.4.
Conclusies van de rechtbank
Gelet op hetgeen de rechtbank hierboven heeft overwogen, komt zij tot de volgende conclusies.
Gezien de ernst van het feit kan niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een gevangenisstraf. Bij het bepalen van de duur van de gevangenisstraf heeft de rechtbank de LOVS-oriëntatiepunten voor straftoemeting als uitgangspunt genomen. Ter zake van inbraak in een woning gedurende de nacht is als oriëntatiepunt opgenomen een gevangenisstraf voor de duur van drie maanden. De rechtbank heeft meegewogen dat het feit samen met anderen is gepleegd.
In de persoonlijke omstandigheden van de verdachte ziet de rechtbank aanleiding om geen hogere vrijheidsstraf op te leggen dan de tijd die de verdachte reeds in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht. Daarbij wordt in aanmerking genomen dat, zoals door de raadsman ter zitting is uiteengezet, de verdachte kampt met psychische problematiek, hij kort voor de zitting is opgenomen geweest in een kliniek en hij thans intensieve (ambulante) psychische en medicamenteuze behandeling krijgt.

8.Toepasselijke wettelijke voorschriften

Gelet is op artikel 311 van Pro het Wetboek van Strafrecht.

9.Bijlagen

De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.

10.Beslissing

De rechtbank:
verklaart bewezen, dat de verdachte het ten laste gelegde feit, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;
verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;
verklaart de verdachte strafbaar;
veroordeelt de verdachte tot een
gevangenisstraf voor de duur van 55 (vijfenvijftig) dagen;
beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht.
Dit vonnis is gewezen door:
mr. J. de Lange, voorzitter,
en mrs. W.H.S. Duinkerke en M.J.M. van Beckhoven, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. A. de Vrind, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op de datum die in de kop van dit vonnis is vermeld.
Bijlage I
Tekst tenlastelegging
Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat hij op of omstreeks 6 januari 2019 te Sliedrecht
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, om ongeveer 06.30 uur, vanuit in/uit een woning gelegen aan de [adres delict] , een mobiele telefoon en/of een sleutelbos en/of een tablet en/of 2 zakken weed, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde, te weten [naam slachtoffer] , heeft weggenomen, met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of dat/die weg te nemen goed/goederen onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming.