ECLI:NL:RBROT:2019:5773
Rechtbank Rotterdam
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Ontruiming ligplaats Leuvekolk met schepen na beëindiging huurovereenkomst
De Gemeente Rotterdam vordert in kort geding de ontruiming van de Leuvekolk, waar twee schepen liggen die deels buiten de ligplaats zijn gesitueerd. De huurovereenkomst met de huurder van de ligplaats is per 1 december 2018 rechtsgeldig beëindigd. De schepen zijn verkocht aan een derde partij, die weigert deze te verwijderen.
De kantonrechter oordeelt dat het gehuurde geen bedrijfsruimte is in de zin van artikel 7:290 BW Pro, omdat het om een perceel grond met water gaat en niet om een gebouwde onroerende zaak. De huurder geniet daarom geen huurbescherming en moet het gehuurde ontruimen.
De eigenaar van de schepen handelt onrechtmatig door de schepen niet te verwijderen. Gezien het spoedeisend belang van de Gemeente voor de herinrichting van het gebied, wordt de vordering tot ontruiming toegewezen met een termijn tot 1 december 2019. Dwangsommen worden gematigd toegewezen en de machtiging tot zelf ontruimen wordt afgewezen. De gedaagden worden veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De huurder en eigenaar schepen worden veroordeeld tot ontruiming van de ligplaats en verwijdering van de schepen uiterlijk 1 december 2019 met dwangsommen bij niet-naleving.