Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.Het verloop van de procedure
- het exploot van dagvaarding;
- de conclusie van antwoord met bijlagen van gedaagde;
- de conclusie van repliek met producties.
Rechtbank Rotterdam
Eiser sloot op 25 juli 2014 een huurovereenkomst voor een woning in Rotterdam. Bij het tot stand komen van deze overeenkomst bracht gedaagde, Woningverhuur Rotterdam B.V., bemiddelingskosten, huur en borg in rekening. Eiser stelt dat de bemiddelingskosten ten onrechte aan hem zijn doorberekend en vordert terugbetaling van deze kosten.
Gedaagde betwist de vordering en voert aan dat eiser zich in het systeem van gedaagde had ingeschreven en dat gedaagde de woning daadwerkelijk voor eiser heeft gevonden. Tevens stelt gedaagde dat zij niet voor de verhuurder heeft opgetreden en biedt een gedeeltelijke restitutie aan.
De kantonrechter oordeelt dat gedaagde zowel voor de verhuurder als de huurder heeft opgetreden, waardoor sprake is van dubbele lastgeving en dat de bemiddelingskosten onterecht zijn doorberekend. Omdat gedaagde niet meer heeft gereageerd op de repliek van eiser, wordt de vordering toegewezen. De gevorderde rente over buitengerechtelijke kosten wordt afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing. Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van € 890,56 en de proceskosten.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot terugbetaling van onterecht in rekening gebrachte bemiddelingskosten en vergoeding van proceskosten.