Eiser, werkzaam bij de gemeente Rotterdam als Uitvoering Vakman A (FSK 5), verzocht om bevordering naar FSK 6. De gemeente wees dit verzoek af omdat eiser volgens hen niet alle taken van FSK 6 uitvoert, met name operationeel leidinggeven en contacten met burgers onderhouden.
Eiser stelde dat hij wel alle taken uitvoert en overhandigde een verklaring van een collega die hetzelfde werk verricht en wel bevorderd is. De rechtbank oordeelde dat de gemeente onvoldoende had geconcretiseerd welke taken eiser niet uitvoert en onvoldoende had onderbouwd waarom het inwerken van nieuwe medewerkers niet onder operationeel leidinggeven valt.
Daarnaast had de gemeente bij de afwijzing ten onrechte de houding van eiser betrokken, terwijl het uitsluitend ging om de feitelijke taakuitvoering. De rechtbank concludeerde dat het besluit in strijd is met de artikelen 3:2 en 7:12 van de Awb en gaf de gemeente zes weken de tijd om het besluit te herstellen met een betere motivering.
De rechtbank houdt verdere beslissingen aan en zal na herstel van het besluit zonder nieuwe zitting uitspraak doen. Tegen deze tussenuitspraak staat nog geen hoger beroep open, maar kan wel tegelijk met de einduitspraak worden ingesteld.