Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.Het verloop van de procedure
- de dagvaarding d.d. 13 juni 2019, met producties;
- de conclusie van antwoord, tevens conclusie van eis in (voorwaardelijke) reconventie, met producties.
Rechtbank Rotterdam
De kantonrechter te Rotterdam behandelde een kort geding tussen QoQo Massage Clinics B.V. en haar voormalig werknemer, die een concurrentiebeding had overtreden volgens QoQo. De werknemer was sinds januari 2017 als masseur werkzaam en had de arbeidsovereenkomst in april 2019 opgezegd. QoQo stelde dat de werknemer in strijd met het concurrentiebeding werkzaam was bij een concurrerend bedrijf op minder dan 5 kilometer afstand en vorderde betaling van een boete.
De rechter oordeelde dat het concurrentiebeding te ruim en onduidelijk was geformuleerd, doordat het niet alleen een geografische beperking rondom de standplaats bevatte, maar ook rondom andere bestaande en toekomstige vestigingen van QoQo. Dit maakt het beding onredelijk en onduidelijk, waardoor het waarschijnlijk niet stand zal houden in een bodemprocedure.
Daarnaast werd overwogen dat de boete van €5.000 per overtreding plus €500 per dag voortzetting van de overtreding voorshands buitensporig is gezien de aard van het werk en het beperkte belang van QoQo. Ook was niet vastgesteld dat de werknemer daadwerkelijk werkzaamheden had verricht bij het concurrerende bedrijf. Daarom werd de vordering afgewezen en werd QoQo veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering tot betaling van de boete wegens overtreding van het concurrentiebeding wordt afgewezen wegens onduidelijkheid en onredelijkheid van het beding.