Schuldenares is sinds 7 augustus 2015 onder de schuldsaneringsregeling geplaatst. De bewindvoerder rapporteerde dat schuldenares vanaf juli 2018 niet meer aan haar sollicitatieverplichting voldeed. Hoewel zij in de periode november 2016 tot juni 2018 met hulp van een maatschappelijk werkster wel aantoonbaar solliciteerde, stopte zij daarna vanwege taal- en computervaardigheidsproblemen.
De beschermingsbewindvoerder verzocht om verlenging van de regeling, mede vanwege de situatie van de partner van schuldenares. De bewindvoerder achtte verlenging niet zinvol en adviseerde geen schone lei toe te kennen. De rechtbank stelde vast dat schuldenares toerekenbaar tekortgeschoten is in haar verplichtingen, maar gezien haar fysieke beperkingen en communicatieproblemen achtte zij verlenging van de sollicitatieplicht niet effectief.
De rechtbank oordeelde dat beëindiging van de regeling zonder schone lei niet in verhouding staat tot de tekortkomingen. Daarom verleende zij de schone lei, waardoor resterende schulden na beëindiging niet langer afdwingbaar zijn. Tevens stelde de rechtbank het salaris van de bewindvoerder vast op maximaal € 2.340,02.